Generatie 3 ( grootouders )

4. Robert (Bob) Weilers, geb. Amsterdam 26 sept. 1921, bakker, pattisier, hotelier, † Zandvoort 16 jan. 2007, tr. Amsterdam 16 mei 1947
5. Anna Antonia (Annie) Alberts, geb. Amsterdam 16 juli 1924, Scheikundig laborant, † Amsterdam (wonende in Zandvoort). 7 sept. 1993, begr. Zandvoort, Algemene Begraafplaats Tollensstraat 13 sept. 1993.

 

Bob werd geboren in het Burgerziekenhuis, zijn ouders woonden toen in / bij café ’t Kalfje [inmiddels afgebroken] aan de Amsteldijk te Amsterdam, waarvan zijn vader op dat moment eigenaar en uitbater was. De naam van het beroemde café, veranderde voor korte tijd in ‘Huize Bob’.

Als hij 4 jaar is, verhuist het gezin naar Zandvoort en woonde o.a. in de Dr. Gerkestraat in het Vakantiehuis 'Zomers Buiten' [het latere Hotel de Schelp]. Bob gaat naar school C [de latere Karel Doormanschool]. Als Amsterdams jongetje, vreemd in de Zandvoortse gemeenschap, wordt hij herhaaldelijk te pakken genomen door zijn klasgenootjes. Eenmaal gebeurde het zelfs dat hij vastgebonden in de duinen, na een urenlange zoekactie gevonden werd.

In 1931 keerde het gezin terug naar Amsterdam. Bob volgde een opleiding tot patissier en werkte bij banketbakkerij Reekers. Daarna komt ook hij, in het inmiddels uitgegroeide Horeca imperium van zijn vader werken. Hij studeert vervolgens samen met zijn neef Johan, aan de Hogere Hotelschool te Den Haag. Gedurende de oorlogsjaren duikt hij onder als knecht op een binnenvaartschip. Tijdens de bevrijdingsfeesten, direct na de oorlog, leert hij zijn aanstaande vrouw Annie kennen.

Annie groeide op in de rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid, in de Deurlostraat en ging naar de Dintelschool. Ze was een serieus meisje, dat goed kon leren en technisch tekenen. Ze volgde vanaf 1937 aanvankelijk het Gemeentelijk Lyceum voor meisjes afdeling gymnasium. De 1e klas doubleert ze en vanaf 1940 deed ze de HBS, behorende tot dezelfde school. In 1945 behaalt ze cum laude het HBS-B diploma. Gevolgd door een opleiding tot chemisch analist, welk beroep ze slechts kort uit oefende. 

 

Op 16 mei 1947 wordt een grootse bruiloft gevierd. Ze gaan met koetsjes naar het stadhuis en vervolgens naar de Hugenotenkerk. Vrijwel alle Amsterdamse notabelen zijn hierbij aanwezig.

Het jonge stel woont en werkt vervolgens anderhalf jaar in Scheveningen. Bob is daar bedrijfsleider van Hotel 'Huis ter Duin'. Vervolgens gaat het stel in Amsterdam, aan het Kleine Gartmanplantsoen, boven HCR de Bock, wonen. In 1951 verhuizen ze naar de Minervalaan, alwaar ze ‘op stand’ woonden. Tot groot plezier van Annie, die wel erg op een luxe leven gesteld was. Ze was geen echte huisvrouw en had naar haar drie zoontjes toe, een vooral verzorgende instelling. Gelukkig voor haar en de kinderen werd ze, vrijwel dagelijks, bijgestaan door haar moeder, een warme vrouw.

In de strenge winter van 1962, waarbij ook de Noordzee bevroor, trokken Bob en Annie met de kinderen in Hotel Zuiderbad, aan de Boulevard Paulus Loot 5 te Zandvoort.

Het gezin woonde tot in de jaren '80 in het souterrain van het hotel. Die eerste jaren werd er keihard gewerkt om het hotel, café en restaurant een moderner en verzorgder aanzien te geven.

 

 

Tevens was het zeer noodzakelijk om de hotelkamers opnieuw in te richten. Soms was het zakelijk wel heel moeilijk. Een redelijk grote prijs in de Duitse loterij, kwam op een wel heel cruciaal en gelukkig moment, en bleek een positieve ommekeer voor het bedrijf en hun levensstijl!

 

Het familiehotel draaide seizoenen van 1 maart tot 1 november. In de wintermaanden werden de kinderen toevertrouwd aan oma of bij bekenden uitbesteed. Bob en Annie bereisden heel Zuid-Europa en brachten daarna jarenlang hun vakanties door in Florida.

 

In de zomermaanden brengen ze hun vrije dagen door aan boord van hun zeewaardige jacht.

Begin jaren '80 kopen zij een appartement, pal naast het hotel. In 1991 wordt bij Annie schildklierkanker geconstateerd, waaraan zij in '93 overlijdt. Bob krijgt een paar jaar later te maken met de gevreesde familiekwaal, dementie. Na een aantal jaren verzorgt te zijn door de zoons, wordt hij begin 2006 opgenomen in het verpleeghuis ‘Huis in de Duinen', alwaar hij een jaar later in zijn slaap overlijdt.

 

6. Leo Eugenius Haagen, geb. Amsterdam 27 juli 1911, kapper, begrafenisondernemer, handelsreiziger in manufacturen, † Haarlem, wonende in Zandvoort 12 juni 1988, begr. Zandvoort, Algemene Begraafplaats Tollensstraat 16 juni 1988, tr. 1e Amsterdam 16 maart 1933 (echtsch. ingeschr. ald. 5 okt. 1936) Margaretha (Greetje) de Vink, geb. Leiden 28 aug. 1910, dienstbode 1929, † Amsterdam 13 april 1996, dr. van David en Sophia Emma Geertruida Cathrina Clasina Jacoba Johanna Kooreman; zij hertr. Amsterdam 9 aug. 1944 (echtsch. uitgespr. ald. 12 april 1947) Dirk Cornelis Peerdeman en tr. 3e Amsterdam 9 nov. 1948 (echtsch. ingeschr. ald. 9 dec. 1952) Simon Bergers; tr. 2e Amsterdam 18 juli 1945 (echtsch. ingeschr. ald. 14 aug. 1950) Jacoba Johanna Snoek, geb. Amsterdam 9 nov. 1908, kantoorbediende, typiste, † Amsterdam 2 mei 1987, dr. van Thadeus Elbertus en Adriana Francisca Elisabeth Kiesewatter; tr. 3e Amsterdam 24 maart 1954
7. Anna Hermina (An) van Wereld, geb. Amsterdam 29 maart 1926, lingerie naaister, † Zandvoort 15 sept. 2005, gecrem. Crematorium Haarlem 19 sept. 2005, tr. 1e Amsterdam 16 maart 1950 (echtsch. uitgespr. ald. 1952) Johan G.C. Verduijn.

 

 

Leo groeit op in een klein middenstandsgezin. Zijn vader is van Hervormde huize, zijn moeder katholiek. De kinderen gaan naar katholieke scholen en Leo is zelfs enige tijd misdienaar. Hij kan goed leren en gaat naar het gymnasium. Hij wil daarna graag Nederlands gaan studeren, maar de ziekte van zijn moeder maakt een eind aan zijn droom. Zijn vader heeft zijn hulp nodig in de kruidenierswinkel en zoekt daarna een baantje voor hem als leerling kapper. Na zijn verplichte dienstjaar, blijkt hij vader te zijn geworden. Zijn vader besluit dat er getrouwd moet worden. Uit dit huwelijk worden twee kinderen geboren.

 

Begin jaren ‘30 raakt hij werkeloos en kan aan het werk als begrafenisondernemer. In die tijd sloot Leo zich aan bij de links-communistische anarchistische beweging en het 'radencommunisme'. Deze kleine groep had zich ten doel gesteld tot het bekendmaken van haar inzichten maar daarvoor geen actie te organiseren. Tussen 1936 en 1940 colporteerde hij bij stempellokalen met het blad Proletenstemmen. Bij deze groep raakt hij ‘bevriend’ met Ben Sijes, Henk Sneevliet en anderen. Hij komt zelfs bij Henriëtte Roland Holst over de vloer.

 

Tijdens de oorlogsjaren verblijft Leo vaak in de buurt van Leiden, waar hij een relatie heeft met de directrice van een weeshuis. Hij weet door allerlei handeltjes telkens o.a. aan extra eten voor het weeshuis te komen. Na de oorlog, waarbij zijn broer Wim als verzetsstrijder omkomt, wordt hij handelsreiziger in manufacturen. Met zijn vlotte babbel en verzorgde uiterlijk gaat dit hem erg goed af. Hij heeft verschillende relaties voordat hij in 1952 op deze wijze zijn 3e vrouw An leert kennen.

An groeit op in een arm middenstandsgezin, haar vader is dan behanger, stoffeerder. Het gezin is afwisselend katholiek en hervormd. Nauwelijks een week oud, verhuizen haar ouders naar de nieuwbouwwijk Tuindorp Oostzaan. Ze wonen daar heerlijk, er is een tuin waar An (een rustige baby), bijna hele dagen in de kinderwagen wordt neergezet. Zolang, dat buren haar moeder ’s avonds waarschuwen de baby niet vergeten binnen te halen! 

An wil na de lagere school graag doorleren voor onderwijzeres. Helaas krijgt ze hier geen kans voor. Ze blijft op school tot en met de 8e klas en gaat daarna aan het werk bij het bedrijf van juffrouw Celeste, waar zij al snel gediplomeerd lingerienaaister werd. Ze was zeer bedreven in het vervaardigen van korsetten op maat.

Van haar 1e verdienste spaart zij geld om zwemles te kunnen nemen in het Zuiderbad en daarna voor een fiets. Ze wordt lid van de NJHC en de AJC en maakt een paar jaar lang veel trektochten door Nederland en volgt allerlei cursussen op politiek- maatschappelijk gebied, maar ook Frans, Duits, Engels en behaalt haar middenstandsdiploma.

In 1950 trouwt ze met Jan Verduijn, het huwelijk wordt na krap twee jaar ontbonden. Het was zoals dat genoemd werd, niet geconsumeerd.

 

Daarna leert ze Leo kennen, eind 1953 krijgt ze een galblaasontsteking, waardoor ze niet direct door heeft dat ze zwanger is. Op 24 maart 1954 wordt er getrouwd. Vijf maanden later ziet hun dochter Henriëtte [vernoemd naar Henriëtte Roland Holst], het levenslicht.

Samen vertrekken zij in 1955 naar Zandvoort, alwaar Leo eerst in de Zeestraat als kapper werkt. Daarnaast beheert zij de kantine van de tennisclub en de hockeyclub. Ze wonen een jaar in bij de familie Vogel, in de Gerkestraat, alwaar zoon Martin geboren wordt. Eind 1955 verhuizen ze naar de Oosterparkstraat 16 en in 1958 naar de Swaluëstraat 5, alwaar ook Leo’s eigen kapperszaak gevestigd is en 2e zoon Albert [vernoemd naar schrijver Albert Verweij] geboren wordt.

An kan mooi zingen en is lid van de ‘Stem des Volks’, waar ze vaak de solopartijen zingt. Daarnaast is ze een verwoed tuinierster. Het is een hecht gezin, waar veel waarde wordt gehecht aan sport en studie.

In Zandvoort is Leo begin jaren ’70 de voortrekker van de zwembadactie, daadkrachtig bijgestaan door An. Na realisatie hiervan krijgt An een bijzondere broche uitgereikt door de burgemeester en is Leo jarenlang lid van de Raad van Toezicht en secretaris van de Zeeschuimers. Hij onderhoudt hierdoor regelmatige contacten met de Zandvoortse notabelen. Hij schaakt op hoog niveau en heeft een omvangrijke postzegelverzameling uit landen van het voormalige Oostblok.

Het socialistische gedachtengoed bleef hen beiden altijd boeien. Vanaf de jaren ’70 reizen ze samen door heel Oost en Noord Europa en beoefenen hun gezamenlijke hobby, geologie.

[v.l.n.r. Burgemeester Nawijn, Leo, An]

 


Terug naar Generaties 1 t/m 2

Generatie 4